Eindelijk 18! En nu..?

Je achttiende verjaardag is een belangrijke mijlpaal, ook op financieel gebied. Je bent namelijk voortaan zelf verantwoordelijk voor je geldzaken. Wat betekent dat voor jou, maar ook voor je ouders? – Van KAJ VAN ARKEL

 

Als je 18 jaar wordt, ben je voor de Nederlandse wet officieel volwassen. Je mag vanaf dat moment stemmen en zelfstandig autorijden. Maar ook op financieel gebied verandert er veel, zowel voor jezelf als voor je ouders. Want wat kost het om op jezelf te wonen? Hoe zit het met je zorgverzekering en het eigen risico? En wat gebeurt er met de kinderbijslag? Kortom, waar moet je zoal mee aan de slag als je 18 wordt?

1. Regel je zorgverzekering en zorgtoeslag

In Nederland moet iedereen een basis zorgverzekering hebben. Vanaf je achttiende val je niet meer automatisch onder de zorgverzekering van je ouders en ben je daarvoor met een mooi woord zelf premieplichtig. Ook heb je vanaf dat moment een verplicht eigen risico van 385 euro. Dat betekent dat je de eerste 385 euro aan medische kosten die je in een jaar maakt uit eigen zak moet betalen.

 

Vaak kun je nog wel via je ouders verzekerd blijven. Zij betalen dan de maandelijkse premie voor jou. Maar waarschijnlijk is het voordeliger om zelf een zorgverzekering af te sluiten. Als 18-jarige maak je namelijk weinig zorgkosten. Kiezen voor dezelfde, uitgebreide verzekering als je ouders is daarom vaak onnodig duur. Er zijn veel zorgverzekeraars die zich specifiek op jongeren richten, vaak met een extra lage premie.

 

In beide gevallen kun je zorgtoeslag aanvragen. Dat is een bedrag dat je elke maand van de overheid krijgt als tegemoetkoming in je zorgkosten. Voor de meeste 18-jarigen bedraagt die nu 89 euro per maand, tenzij je al samenwoont of een behoorlijk hoog inkomen hebt. Zo ligt de inkomensgrens van de aanvrager voor dit jaar op 27.857 euro en de vermogensgrens op 107.752 euro. Bij de Belastingdienst kun je berekenen hoeveel toeslag je precies kunt krijgen. Waarschijnlijk gaat zowel het eigen risico als de zorgtoeslag in 2018 omhoog.

 

Toeslagen, zoals zorgtoeslag, aanvragen doe je met je persoonlijke DigiD. Daarmee log je veilig in op websites van de overheid. Je vraagt een DigiD online aan met je burgerservicenummer (BSN). Dat staat op je paspoort of identiteitskaart.

2. Controleer je andere verzekeringen

Als 18-jarige ben je vaak nog meeverzekerd op de aansprakelijkheidsverzekering particulieren (AVP) van je ouders, ook als je op kamers woont en studeert. De AVP vergoedt schade die je bij een ander veroorzaakt. Bijvoorbeeld als je een hete kop koffie over de laptop van een medestudent morst.

 

Je bent niet meer via je ouders verzekerd als je een eigen huis wilt huren of kopen. In dat geval moet je zelf een aansprakelijkheidsverzekering afsluiten, wil je verzekerd blijven voor de schade die je aan anderen toebrengt.

 

Ga je op kamers of op jezelf wonen, dan heb je veel spullen waarmee iets kan gebeuren. Na een brand of inbraak, wil je bijvoorbeeld een nieuwe laptop kunnen kopen. Daarom kan het handig zijn een inboedelverzekering af te sluiten. Ook die is niet verplicht, maar wel verstandig. Vanaf een paar euro per maand zijn al je spullen verzekerd. Veel verzekeraars bieden studenten- of jongerenverzekeringen aan waarbij je een AVP- en inboedelverzekering in één pakket krijgt voor een klein bedrag per maand.

3. Fix je studiefinanciering of tegemoetkoming

Als je 18 bent en gaat studeren heb je recht op ‘stufi’, ofwel studiefinanciering. Dat regel je bij DUO, de Dienst Uitvoering Onderwijs. De stufi bestaat uit een studentenreisproduct (ov-kaart), een krediet voor je collegegeld (€2.006 in 2017-2018) en een algemene DUO-lening. Ook een aanvullende beurs is soms mogelijk, dat is afhankelijk van het inkomen van je ouders. Daarbij wordt gekeken naar het inkomen van twee jaar geleden.

 

Voor uitwonende en thuiswonende studenten bedraagt de maximale DUO-lening 479,76 euro per maand, de maximale aanvullende beurs 387,92 euro en het maximale collegekrediet 167,17 euro per maand. Heb je geen of niet het maximale recht op de aanvullende beurs? Dan kun je het ontbrekende bedrag lenen, bovenop de ‘gewone’ lening, tot een bedrag van maximaal 867,86 euro.

 

Maar reken jezelf niet rijk, je stufi is en blijft een lening die je uiteindelijk met rente moet terugbetalen. Dat geldt niet voor je ov-kaart en studiebeurs als je tenminste binnen 10 jaar je diploma haalt. De verwachting is dat de gemiddelde studieschuld onder het nieuwe leenstelsel ongeveer 24.000 euro per student zal bedragen. De aflossingstermijn is verlengd naar 35 jaar. Je begint pas met terugbetalen als je na afstuderen minimaal het minimumloon verdient.

 

Let op: zodra je recht hebt op studiefinanciering, krijgen je ouders geen kinderbijslag meer. Ook niet als je geen gebruikmaakt van stufi.

 

Ben je 18, maar zit je nog op de middelbare school? Dan kun je bij DUO een tegemoetkoming scholieren aanvragen. Deze komt dan in de plaats van de kinderbijslag die je ouders elk kwartaal ontvangen.

4. Bespreek je geldzaken met je ouders

Dat je 18 en dus officieel volwassen bent, wil niet zeggen dat je er ook meteen alleen voor staat. Tot je 21ste zijn je ouders namelijk verplicht om je financieel te ondersteunen, als het gaat om kosten voor levensonderhoud en opleiding. Het is daarom belangrijk dat je duidelijke afspraken maakt over wat je van ze kunt verwachten. Spreek bijvoorbeeld af hoeveel ze meebetalen aan je studie. Studenten krijgen gemiddeld 165 euro per maand van hun ouders, zo blijkt uit het Nibud Studentenonderzoek 2017.

 

Blijf je thuis wonen en heb je een eigen inkomen, dan kun je met je ouders afspraken maken over het betalen van kostgeld. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat je inkomen invloed heeft op de hoogte van hun huurtoeslag. In dat geval is het wel zo eerlijk als hier een financiële vergoeding tegenover staat en je meedeelt in de kosten van het wonen.

 

Er is geen standaard kostgeldbedrag. Elke situatie is namelijk anders. Op de website van budgetvoorlichter Nibud vind je een handig invulschema waarmee je eenvoudig een redelijke vergoeding kunt bepalen.

5. Open je eigen bankrekening

Heb je nog geen eigen betaalrekening bij een bank? Zorg dan dat je deze (bij de meeste banken gratis) opent. Met een betaalrekening heb je al je inkomsten en uitgaven op een rij, en zie je in één oogopslag hoe je er financieel voor staat. Als 18-jarige mag je rood staan (tot een limiet van 500 of 1.000 euro) en zelfs een lening afsluiten. Die schulden dien je uiteraard zelf terug te betalen.

 

Heb je al een jongerenrekening bij de bank van je ouders? Dan wordt die vanaf je achttiende verjaardag vaak automatisch omgezet in een studentenpakket. Als je ouder of voogd een pinpas had, dan wordt die geblokkeerd. Let wel op. Voor een betaalrekening geldt net als bij de zorgverzekering: je kan bij de bank van je ouders blijven zitten, maar een studentenrekening bij een andere bank kan gunstiger zijn.

6. Regel je kinderalimentatie

Als je ouders zijn gescheiden, dan betaalt de ouder die het meeste verdient vaak kinderalimentatie aan de andere. Die bijdrage is bedoeld om in je levensonderhoud te voorzien. Als je 18 wordt, heb je zelf recht op dit geld. Je moet dit dan wel zelf met de alimentatie betalende ouder regelen.

 

Kinderalimentatie stopt uiterlijk als je 21 jaar wordt, maar eerder als je voor die tijd financieel zelfstandig bent. Je bent financieel zelfstandig als je een baan met minimaal het minimumjeugdloon hebt.

7. Schrijf je in bij de woningstichting

Wie na zijn achttiende niet eeuwig thuis of op kamers wil blijven wonen, doet er slim aan om zich in te schrijven voor een sociale huurwoning. Daarvoor zijn vaak lange wachtlijsten en vooral in grote steden kan het jaren duren voor je een woning krijgt toegewezen. Dus hoe sneller je inschrijft, hoe beter.

 

Een sociale huurwoning is bijna altijd goedkoper dan een koopwoning of een huurwoning in de vrije sector. Bovendien kom je vaak ook in aanmerking voor huursubsidie. Sommige woningstichtingen bieden de mogelijkheid om al met 16 jaar in te schrijven. Het huren van een woning is pas mogelijk vanaf je achttiende.

 

Bron: Algemeen Dagblad, 20 september 2017